Pup verzorging

Alvorens u de pup mee naar huis krijgt ontvangt u van mij informatie over de verzorging van uw pup. De pups gaan in de regel rond de achtste week naar hun baasje. Ik adviseer altijd om de pup s ‘morgens te komen halen, want dan kan uw kersverse huisgenootje wennen aan zijn nieuwe omgeving.

De pup is ingeënt en ontwormd. U krijgt het inentingsboekje en een ontwormings schema mee. Tevens verzorgen wij een uitgebreide voedingslijst. Krijgt u dit niet van uw fokker: vraag erom!

De stamboom is/wordt door ons aangevraagd bij de Raad van Beheer te Amsterdam.
Inschrijven in het “Nederlands Honden Stamboek” (NHSB). Bewaar deze altijd goed!

Dierenarts:
Bij de meeste dierenartsen is het gebruikelijk dat uw dober op de behandeltafel komt te staan. Oefen dit dagelijks even thuis door uw pup op bijvoorbeeld de keukentafel te plaatsen. Hier heeft u alleen maar gemak van. U tilt uw pup als volgt op: ondersteun zijn gewicht met één hand onder zijn achterlijf en de andere onder zijn borst. Houd hem stevig vast, want een jonge hond zal zeker in het begin tegenspartelen. Loop eens vaker bij uw dierenarts binnen om hem te wegen en ga vervolgens weer naar huis. U weet zijn gewicht en niet ieder dierenartsbezoek is vervelend voor uw pup.

Gebit:
Laat uw pup wennen aan het “tandjes-kijken”. U doet dat als volgt: til zijn lippen op om zijn tanden te bewonderen. Open af en toe zijn bek om erin te kijken. Doe dit door zachtjes zijn kaken van elkaar te halen. Open ze in het begin maar een klein eindje en doe dit even. Prijs de pup daarna de hemel in. Als hij hieraan gewend is geraakt zal het makkelijker worden dit te doen en kunt u zijn bek langer openhouden.

Vacht:
Een fitte, gezonde Dobermann, die gevoed wordt met een juist dieet, heeft een gladde, glanzende vacht. De verzorging van de vacht is minimaal. Gebruik een zachte handborstel of speciale handschoen en wrijf de vacht in de richting van de haarligging: van kop naar staart. Dode haren en vuil worden uit de vacht verwijderd; terwijl de haargroei gestimuleerd wordt. Dobermanns ruien of verharen twee keer per jaar.

Ogen:
Het is normaal dat er wat grijs slijm voorkomt in de ooghoeken. Dit kan voorzichtig met een watje of wattenstaafje verwijderd worden. In de regel moet dit elke ochtend gedaan worden en tussentijds als het nodig mocht zijn. Wordt het slijm dik en gelig groen van kleur, dan duidt dat op een infectie. Vraag in zo’n geval uw dierenarts een tube oogzalf en doe een beetje in het aangetaste oog.

Oren:
Controleer de oren van uw hond geregeld. Vaak is er een zwarte, wasachtige substantie aanwezig. Wordt dat niet tijdig verwijderd, dan kan infectie ontstaan. Reinig de oren elke week. Doe dit vooral voorzichtig, want dit is een uiterst gevoelig gebied. Gebruik hiervoor een watje die u om uw vinger wikkelt. Laat uw fokker dit voordoen, de kans dat u te diep gaat is groot. Hierdoor kan letsel ontstaan. Het is niet goed water te gebruiken. Er kan wat achterblijven in de oren en dat kan problemen opleveren. Als de binnenkant van de oren rood of geïrriteerd is, raadpleeg dan uw dierenarts. Die zal in de regel oor zalf of oordruppels voorschrijven.
Oefen als volgt: til zijn oor omhoog. Kijk in het oor en veeg de binnenkant schoon met natgemaakte watten. Oefen dit iedere dag.

Nagels: Nageltjes knippen.
De nagels van de hond moeten steeds kort worden gehouden. Een Dobermann met goede voeten heeft doorgaans korte nagels en vereist weinig “knipwerk”. Bij veel Dobers moeten de nagels regelmatig worden geknipt. Raadpleeg hiervoor uw fokker of dierenarts. Nog nooit geknipt, laat het aan een ervaren iemand over, want de kans dat u onverhoopt toch het “leven” raakt is groot.

De reu:
De voorhuid van de reu dient u met regelmaat te reinigen. U gebruikt hiervoor een voorhuidcleaner. Raadpleeg uw fokker.