Nieuws

zwemwater kan gevaarlijk zijn

dinsdag, 05 juni 2018  

Denk niet dat het jouw hond niet overkomt: ieder jaar weer overlijden er honden door blauwalg en botulisme. Zwemmen in warm, stilstaand water kan levensgevaarlijk en fataal zijn.
Blauwalgen zijn bacteriën die lijken op wier of alg en een olieachtige, stinkende laag op het wateroppervlak vormen. Ze kunnen bij warm weer in stilstaand water ontstaan en dan een gevaarlijk zenuwgif produceren dat, afhankelijk van de hoeveelheid die de hond ervan binnenkrijgt, al binnen een uur na inname dodelijk kan zijn. Symptomen zijn onder meer braken, diarree, zwakte, trillen en toevallen. Er bestaat geen tegengif! Of de hond een besmetting met blauwalg overleeft, hangt af van hoe ernstig de symptomen zijn.
Geen tegengif
Ook bij botulisme draait het om bacteriën die een zenuwgif produceren, waardoor watervogels en vissen kunnen sterven. Hun kadavers kunnen het water besmetten, en vervolgens je hond. De symptomen treden meestal een paar dagen na het zwemmen in besmet water op: braken, diarree en, kenmerkend voor botulisme, verlammingsverschijnselen. En ook hier geldt weer: er is geen tegengif, alleen de symptomen zijn te behandelen. Hoe groter de opgenomen hoeveelheid gifstoffen, des te kleiner de kans op herstel.
Doen!
Check altijd eerst het water waarin je je hond wilt laten zwemmen. Is het al geruime tijd erg warm? Staat het water stil? Drijft er een vieze laag op? Zie je kadavers van eenden liggen, of dode vissen drijven? Staan er waarschuwingsbordjes? Dan niet het water in! Heeft je hond onverhoopt toch een duik in besmet of verdacht water genomen? Spoel hem dan goed af en raadpleeg voor meer informatie je dierenarts om vinger aan de pols te kunnen houden.
Kijk voor een overzicht van schone en veilige zwemlocaties op : www.zwemwater.nl
Even wachten met die bal?
We doen het vaak in een reflex: de bal pakken, die met een flinke worp het water in gooien en dan? Plons! De hond springt er wel achteraan. Maar… hoe zit het met de stroming? Is er een gemaal of afvoerbuis in de buurt? Liggen er verborgen obstakels onder de waterspiegel die voor verwondingen kunnen zorgen? Komt er net een boot voorbijvaren, die voor gevaarlijke zuigkracht zorgt? Zijn er watervogels in de buurt waar de hond ver achteraan kan zwemmen, waardoor hij in de problemen kan komen? En hoe zit het met de waterkant, kan de hond weer op eigen kracht makkelijk aan land komen? Kortom: eerst checken, dan pas gooien!Eerst checken of het veilig is, dan pas achter het speeltje aan!
Lekker poedelen
Is er buiten geen schoon of veilig zwemwater te vinden? Zet dan voor wat spetterpret gewoon een (kinder)zwembadje voor de hond in de tuin. Vul het badje met een laag water, zodat de hond lekker zijn poten kan koelen. Doe wel rustig aan met de spetterpret, want ook van ogenschijnlijk verkoelende waterspelletjes kan een hond oververhit raken.
Wist je dit?
Niet alle honden kunnen zwemmen! Sommige rassen bijvoorbeeld kunnen door hun topzware lichaamsbouw in de problemen komen. Goed zwemmen moet je leren, en je baas het water in volgen is een kwestie van vertrouwen. Het mag voor zich spreken dat je een hond niet leert zwemmen door hem plompverloren in het water te gooien.
Te veel water
Een overdosis water? Dat kan! Honden kunnen tijdens het zwemmen, zeker als ze met hun bek open zwemmen omdat ze bijvoorbeeld een bal vasthouden, onverhoopt te veel water binnenkrijgen en zo een levensgevaarlijke watervergiftiging oplopen. Doordat er dan te veel water de lichaamscellen binnendringt, kunnen allerlei organen danig in de war raken. Symptomen kunnen zijn ongecoördineerd bewegen, verzwakking, lusteloosheid, braken, bleke slijmvliezen, opgeblazen zijn, extreem kwijlen, verwijde pupillen en toevallen. Doen: héél snel naar de dierenarts!
Een hond die tijdens het zwemmen veel water binnenkrijgt, kan ook meer moeten plassen. Houd daar rekening mee en laat hem eventueel extra uit.
Niet alle honden kunnen zwemmen!
Te weinig water kan ook
Een hond die te weinig vocht binnenkrijgt, of veel vocht verliest door braken of langdurige diarree, kan uitdrogen. Vooral puppy’s en oude dieren zijn hier gevoelig voor. Uitdroging is te controleren door de huid bij de schouderbladen tussen uw vingers vast te pakken. Als de huid bij het loslaten in een rimpel blijft staan en niet snel terugvalt, kan er sprake zijn van uitdroging. Ook kan het tandvlees droog en kleverig aanvoelen. Ga dan direct naar de dierenarts!
Tip
Als een hond niet goed wil drinken, kun je het water wat smakelijker maken door er een klein beetje bouillon aan toe te voegen.
Veilig drinkwater
Sommige honden drinken liever buiten uit een vijver, plas of sloot dan uit hun eigen drinkbak, maar dat is niet altijd even veilig: denk aan de hierboven genoemde blauwalg en botulisme, maar ook aan de ziekte van Weil, een infectie die de hond kan oplopen door contact met water dat door rattenurine is besmet. Bovendien horen honden altijd over vers, fris drinkwater te beschikken, waar ze ook zijn, en niet alleen buiten. Zorg dus altijd voor een schone, gevulde drinkbak.
Handig!
Leg een fles bronwater in de auto, zodat je de hond, waar je ook bent, veilig kunt laten drinken. Dat is zeker ook handig voor op reis, want niet overal is het kraanwater even drinkbaar. Bijvoorbeeld omdat het gechloreerd is of, zoals je wel eens ziet bij tankstations, alleen bedoeld is om handen mee te wassen, en niet als drinkwater.
De zee lijkt voor sommige honden wel één grote waterbak! Maar van zeewater drinken kan een viervoeter behoorlijk ziek worden, en hevig gaan braken of flink aan de diarree raken. Neem daarom altijd een fles drinkwater mee naar het strand, en haal de hond uit het water als hij toch zout water wil of blijft drinken.
Prins wenst jou en jouw hond(en) veel veilige waterpret!
Met dank aan Prins petfood

Grasaar gevaarlijk voor uw hond

dinsdag, 05 juni 2018  

Grasaren kunnen dieren behoorlijk dwars zitten. Enkele feiten over het gevaar van grasaren voor uw hond en kat op een rijtje.
Wat is een grasaar?
Grasaren komen voor in het voorjaar en de zomer wanneer het gras gaat bloeien. De groene grasaren worden dan meer geel van kleur door uitdroging en vallen in losse zaden uit elkaar. Aan die zaden zitten weerhaakjes waarmee de grasaren in de vacht van dieren blijven zitten. Zo worden de zaden over grote afstanden verspreid. Door de weerhaakjes kunnen de grasaren in de vacht naar voren kruipen, vandaar hun bijnaam kruipers.
Grasaar problemen
Een grasaar kan bij onze huisdieren problemen geven. Zo kunnen de grasaren in het oor terecht komen, of in het oog en de neus. Ook kunnen ze door de dierenhuid dringen vooral tussen de tenen en aan hoofd en hals. Gevolg is dan vaak een vervelende ontsteking, fistels of een abces. Helemaal vervelend wordt het wanneer de grasaar gaat zwerven door het lichaam van de hond of kat nadat de grasaar is opgegeten. De grasaar kan dan zelfs weer door de huid van dat zelfde dier naar buiten komen. Ze kunnen zich zo gemakkelijk verplaatsen door die weerhaakjes en richten tijdens het transport veel schade aan in het lichaam van het dier.
Symptomen huisdier met grasaar
De symptomen die een dier met een grasaar laat zien zijn afhankelijk van de plaats waar de grasaar zich in het dier heeft genesteld.
Zit de grasaar in het oor: kopschudden en piepen, neus: heftig niezen, oog: heftig knijpen met het oog, keel: hoesten, tussen de tenen: bijten aan de poot, mank lopen, huid: zwelling en pijn.
Geheel verwijderen grasaar
Waar de grasaar zich ook bevindt in het dier, geheel en direct verwijderen is altijd geboden. Uw dierenarts heeft de ervaring om dit snel te doen en zo kan erger leed voorkomen worden. Zeker wanneer de grasaar in het oog zit moet deze vlot verwijderd worden. De kans bestaat dan dat het hoornvlies wordt doorboord en dat het oog verloren gaat.
Grasaar niet geheel verwijderd
Wanneer het niet lukt om de grasaar in zijn geheel te verwijderen dan kan dat problemen geven. De achtergebleven resten kunnen lastige ontstekingen veroorzaken. Lukt het, ook operatief onder narcose, niet om de grasaar in zijn geheel te verwijderen dan kan uw dierenarts er voor kiezen om eventueel onder antibiotica de grasaar “uit te laten zweren”. Maar als het even kan: verwijderen die grasaar.
Check uw hond na iedere wandelingUw dier loopt de meeste kans een grasaar op te lopen in het hogere gras in voorjaar en zomer. Check uw hond dan ook na iedere wandeling bij de eerder genoemde lichaamsdelen op grasaren. Wel zo verstandig.
Bron: Dierenartsenpraktijk Horst

Honden ziekte bij vossen

woensdag, 23 mei 2018  

Hondenziekte.

Hondenziekte, ook wel de ziekte van Carré genoemd is een zeer besmettelijke ziekte voor de hond en ook voor vossen en fretten. Er is geen gevaar voor mens en kat.
Virus verspreidt zich makkelijk
Een hond met het hondenziektevirus verspreidt dit virus snel en gemakkelijk naar andere honden. Het virus bevindt zich o.a. in het vocht uit neus en oren en komt van daar uit in de lucht. Ook honden die de infectie overleven kunnen nog wel 4 maanden lang het virus overbrengen. Buiten de hond gaat het virus gauw dood, maar ook via bijvoorbeeld de mens (handen) en kleding kan het worden overgebracht.
Symptomen hondenziekte
Kort na de infectie heeft de hond kortdurend koorts. Dit is 3 tot 6 dagen na infectie en noemen we de incubatietijd. Daarna komt de koorts, 1 tot 4 weken later, terug en houdt langer aan. Nu kunnen we 2 vormen van hondenziekte zien bij de hond, namelijk de lichte en de ernstige vorm.
Bij de lichte vorm is de hond wat slomer, er kan wat uitvloeiing uit neus en ogen zijn (tranen) en mogelijk een hoestje. Ze zijn wel een besmettingsbron voor de onbeschermde hond.
Bij de ernstige vorm krijgt de hond moeite met ademhalen en ook longontsteking kan voorkomen. Braken en diarree wordt gezien en de huid van de neus en zoolkussens kan hard en droog (hardpad disease) worden. Daarbij kunnen toevallen komen en spier samentrekkingen en verlamming van de ledematen. Vaak hoor je dan ook een piepende hoest en zie je flink tranende ogen.
Hoe weet je dat het hondenziekte is?
Uw dierenarts kan de diagnose meestal stellen aan de hand van de symptomen die de hond laat zien. Ter bevestiging kan een neusswab (oog kan ook) worden genomen en daar kan al dan niet het hondenziekte virus met de PCR test worden aangetoond. 100% betrouwbaar is de test niet.
Behandeling hondenziekte
Aangezien hondenziekte door een virus wordt veroorzaakt is een echte behandeling niet mogelijk. Ondersteunende verpleging (opname in quarantaine) met infusen, antibraakmiddel, dwangvoeding en medicatie kan de hond helpen bij het doorstaan van het virus.
Beschermen tegen hondenziekte
De enting tegen hondenziekte, de ziekte van Carré, werkt binnen enkele uren. De hond is na een paar dagen volledig beschermd.
De enting is ook bijzonder effectief om verspreiding van het virus te voorkomen. Hoe meer honden voldoende antistoffen tegen het virus bij zich hebben, hoe minder kans dat het virus zich verspreidt en honden besmet.
Wanneer de teef is gevaccineerd tegen hondenziekte dan zijn de pups via de moedermelk beschermd. Daarna gaat de pup zelf weerstand opbouwen. In die tussenliggende periode zijn pups vatbaar voor de ziekte. Een enting kan dan helpen maar antilichamen uit de moedermelk zorgen er soms voor dat het vaccin onvoldoende werkt. Deze enting wordt meestal tussen 9 en 12 weken leeftijd gegeven.
Is mijn hond beschermd tegen hondenziekte?
In het dierenpaspoort van uw hond kunt u zien of uw hond gevaccineerd is en waartegen. Staat de D (van distemper = hondenziekte) op de sticker vermeld dan is uw hond tegen hondenziekte geënt. Deze enting geeft bescherming gedurende 3 jaar.
Met een bloedtest, de Vaccicheck, kan de hoeveelheid antistoffen tegen het hondenziekte virus worden bepaald en zo kan bekeken worden of een enting noodzakelijk is.
Prognose hondenziekte
Volledige genezing van hondenziekte is mogelijk. Maar het komt ook dat de hond overlijdt of wordt geëuthanaseerd vanwege de gevolgen van de infectie. Een hond met oogklachten of hardpad disease heeft een slechte prognose. Een hond met klachten van het zenuwstelsel raakt die niet meer kwijt, maar een goed leven is mogelijk.
Met dank aan de dierapotheker.

Paracetamol niet voor hond en kat!!

donderdag, 03 mei 2018  

Paracetamol niet voor hond en kat

Waarom geen paracetamol aan hond of kat geven?
Paracetamol wordt door mensen veel gebruikt als pijnstiller. Wanneer de hond of kat niet lekker is, is het verleidelijk hem of haar ook wat paracetamol te geven. Doe dat niet!
Bij mensen is paracetamol een relatief veilig middel. Het lichaam van de mens en dat van onze honden en katten werkt echter niet hetzelfde! Bij honden en katten kan paracetamol vergiftigingsverschijnselen geven met in het ergste geval, overlijden.
Paracetamol kan dodelijk zijn
Bij de kat is 75 mg/kg al dodelijk, dat wil zeggen dat ½ paracetamol tablet van 500 mg al dodelijk kan zijn voor een kat. Bij een dosering van 20 mg/kg kunnen al vergiftigingsverschijnselen ontstaan, dat betekent bij minder dan een kwart tabletje! Verschijnselen die gezien kunnen worden zijn: braken, benauwdheid, depressie en niet willen eten. Uiteindelijk kan er zeer ernstige leverschade ontstaan en kunnen er problemen met de rode bloedcellen, die het zuurstof transporteren door het lichaam, ontstaan.
Honden reageren minder heftig op paracetamol. Bij honden is 250 mg/ kg dodelijk, maar er is sprake van een zeer grote variatie tussen individuen. Bij een dosering van 100-150 mg/ kg kunnen al vergiftigingsverschijnselen ontstaan. Een dosering die wel gebruikt wordt voor honden is 15 mg/kg, maximaal 3 maal daags. Omdat paracetamol een zeer korte werkzame periode heeft bij honden, maximaal 1,5 uur, is het gebruik van weinig nut en kunnen er alleen grote problemen ontstaan wanneer per ongeluk te veel wordt gegeven. Het is aan te raden alleen pijnstillers te gebruiken die worden voorgeschreven na een bezoek aan de dierenarts.
Toch paracetamol opgenomen?
Kortom, geef geen paracetamol aan uw huisdier! Raadpleeg altijd een dierenarts als uw hond of kat wel paracetamol binnen heeft gekregen. Als het minder dan 2-4 uur geleden is dat uw hond of kat paracetamol binnen heeft gekregen, dan is het belangrijk het dier te laten braken of de maag te laten spoelen. Geef nooit een lepel zout om een dier te laten braken, want dit kan grote schade aan de organen geven. Ga bij een dierenarts langs! Die zal u ook advies kunnen geven wat nog meer te doen.

Mag mijn hond banaan?

dinsdag, 01 mei 2018  

Mag een hond banaan eten?
Of een hond een banaan mag eten? Ja zeker, dat kan kan geen kwaad.
Welk groente en welk fruit mag een hond eten?
In groente en fruit zitten belangrijke voedingsstoffen. Bijvoorbeeld vitamines, mineralen en vetzuren. Honden zijn alleen niet in staat om de plantencellen af te breken van groenten. Wel wanneer de groente eerst gekookt is. Een hond mag vele soorten groente en fruit eten. maar let wel: alles met mate!
Dit mag een hond wel eten:
Groente
Alfalfa, andijvie, sla, asperges, aardappel gekookt, bospeen, biet, bleekselderij, bloemkool, boerenkool, chinese kool, courgette, fenegriek, groene kool, gember, koolraap, koolrabi, knolselderij, komkommer, lamsoor, postelein, peterselie, paksoi, paardenbloem, pastinaak, pompoen, peultjes, rode kool, radijs, spruiten, snijbiet, sperziebonen, schorseneren, taugé, tuinkers, venkel, waterkers, witlof, wortels, zeekraal, zoete bataat.
Let wel op met de koolsoorten, deze zijn niet goed voor de schildklier en geven vaak winderigheid bij de hond
Fruit
Appel (klokhuis niet), aardbei, abrikoos (pit niet), ananas, banaan, bes, framboos, grapefruit, kiwi, mango, meloen, mandarijn, papaja, perzik (pit niet), peer, pruim, sinaasappel.
Dit mag een hond niet eten:
Groente
Aubergine, avocado, champignon, paddenstoelen, paprika, prei, aardappel rauw, tomaat, ui.
Fruit
Abrikoos pit, druif, appel klokhuis, krent, perzik pit, rozijn.
Met dank aan de dierenapotheker.

Dit mag je je hond echt nóóit voeren

donderdag, 19 april 2018  

Dit mag je je hond echt nóóit voeren (en het is geen chocola)
Dat je een hond geen stukje chocolade mag geven, wist je vast wel. Maar er is nog iets wat je een hond absoluut niet mag voeren. Het eten van een kleine hoeveelheid zou al veel schade kunnen veroorzaken.
Op de site van collega-weekblad Libelle lazen we dit berichtje met een waarschuwing voor hondeneigenaren. Hierin wordt gewaarschuwd voor het eten van druiven en rozijnen door honden. Die (gedroogde) vruchten zouden zelfs ontzettend slecht voor ze zijn.
Hoe zit dat?
In het online artikel staat dat volgens sommige dierenartsen druiven en rozijnen ervoor kunnen zorgen dat een hond ernstige nierschade oploopt. Waarom deze voor ons gezonde snacks nou precies giftig zijn voor onze huisdieren, is niet helemaal duidelijk. Ook kunnen de experts niet vertellen bij welke hoeveelheid druiven en rozijnen gevaarlijk worden voor honden. Wel lijkt zeker dat er al bij een kleine portie van dit (gedroogde) fruit veel (nier)schade kan ontstaan. Dat geldt voor elk hondenras en ook de leeftijd van het dier speelt geen rol.
Het verschilt per hond hoe heftig een dier op een druif of rozijn reageert. Voor alle zekerheid raden dierenexperts iedereen af zijn hond een druif of rozijn te voeren.

Symptomen en wat te doen:
Heeft je pup of volwassen viervoeter waarschijnlijk toch een druif of rozijn gegeten? Dit kunnen de signalen zijn.
• Je hond heeft last van diarree;
• hij heeft minder of zelfs helemaal geen eetlust;
• hij is extreem rustig en inactief;
• hij plast steeds maar een klein beetje.
Herken je een van deze signalen? Bel de dierenarts of ga er meteen met je hond naartoe. Heb je gezien of weet je zeker dat je viervoeter kortgeleden (in de laatste twee uur) een druif of rozijn binnen heeft gekregen? Dan zou je volgens het bericht op libelle.nl ervoor moeten zorgen dat hij zo snel mogelijk overgeeft, zodat alle giftige stoffen eruit kunnen. Bel ook in dit geval je dierenarts voor advies.
Bron: libelle.nl (Pet MD.)

IPO veranderd in IGP 2019

dinsdag, 03 april 2018  

IPO veranderd in IGP

https://www.houdenvanhonden.nl/globalassets/regelgeving/commissie-werkhonden/reglementen/examenreglement-nederlandse-vertaling-igp-1-januari-2019-versie-2018-5.pdf

 

 

Symposium Wolf versus Hond

dinsdag, 27 maart 2018  

Beste “hondenmensen”,

Dit jaar organiseert Stichting Canidae voor de 10e keer het symposium “WOLF VERSUS HOND”.
Anders dan de naam van het symposium doet vermoeden hebben de onderwerpen van de sprekers alleen betrekking op het gedrag van de hond, in de breedste zin van het woord. Het symposium is naar ons idee voor iedere portemonnee haalbaar (54 Euro inclusief een goede lunch) en wordt gehouden in Terheijden (bij Breda op 13 oktober).

Onderwerpen van de sprekers in het kort.
Dr Joke Montenie: kijken door de bril van de hond.
Ir. Ed Gubbels: invloed gedrag van de fokkerij en genetica.
Prof. Dr Tiny de Keuster (Universiteit Gent): waarom honden (niet) bijten.
Prof. Dr. Jan van Hooff: onze naaste verwant is ons beste maatje.
Dr Kathelijne Peremans (Universiteit Gent): invloed van de hersenen op gedrag.
Jacques Piederiet: Hondse zaken.

Kijk even op onze website voor aanmelden en gedetailleerde informatie: www.wolfversushond.nl
Welkom op 13 oktober namens Stichting Canidae,
Jacques Piederiet

De kerstdagen en uw huisdier.

dinsdag, 19 december 2017  

De kerstdagen zijn in aantocht, een gezellige tijd die we vaak in huis doorbrengen met familie en vrienden. Toch kan deze gezellige tijd ook gevaren met zich meebrengen.
Niemand wil de kerstdagen graag bij de dierenarts doorbrengen, daarom wat tips om je huisdier een veilige kerst te bezorgen.
Kerstboom
Wist je dat dennennaalden, van de kerstboom of het kerststukje, giftig zijn voor je huisdier? Oppassen geblazen dus met uitgevallen dennennaalden. Zorg dat de eet- en drinkbak van je dier ver genoeg van de kerstboom af staan, zodat er geen dennennaalden in terechtkomen. Ook drinken van het water waarin de stam van de kerstboom staat kan gevaarlijk zijn! Bij sommige honden kunnen takken van naaldbomen een allergische reactie opwekken. Krijgt je dier een dikke snuit en gezwollen oogleden en oorschelpen? Dan is hij waarschijnlijk allergisch voor de kerstboom.
Engelenhaar
Engelenhaar in de kerstboom kan, voornamelijk bij katten, zorgen voor allergische reacties zoals acute benauwdheid of opgezwollen lichaamsdelen. Bij zwelling van de slijmvliezen in de keel bestaat de kans op verstikking. Pas dus goed op dat je kat niet van het engelenhaar gaat eten en let goed op symptomen zoals jeuk en roodheid. Neem bij een allergische reactie altijd contact op met je dierenarts.
Kerstballen
Kerstballen in de boom… ze zijn werkelijk onweerstaanbaar voor katten, en honden zien deze ballen ook regelmatig aan voor een speeltje. De scherven zijn echter zeer scherp en kunnen zorgen voor pijnlijke wondjes. Is jouw hond of kat verzot op kerstballen? Overweeg dan eens om kunststof kerstballen in de boom te hangen!

Lametta
Deze glimmende, lange slierten hebben een enorme aantrekkingskracht op dieren, omdat ze bij ieder zuchtje tocht bewegen. Ze kunnen echter vervelende darmverstoppingen veroorzaken. Oppassen dus met deze feestversiering!
Wist je dat dennennaalden en veel kerstplanten giftig zijn?
Kerstplanten
Heb je een kerststukje op tafel staan met daarin hulst, een maretak, een kerstroos of kerstster? Zorg dat je huisdier dan niet aan de blaadjes of bloemen gaat knabbelen. Deze planten zijn namelijk giftig voor je huisdier. Vooral de kerstster geeft problemen, door het sap uit deze plant kunnen blaren ontstaan op de huid.
Chocolade
Heerlijk die kerstkransjes, maar houd ze uit de buurt van je hond en kat. Chocolade is voor hen echt (levens)gevaarlijk! In cacao zit namelijk theobromine, een stof die inwerkt op het centrale zenuwstelsel en op de hartspier en die door honden en katten niet kan worden verwerkt. Chocolade geeft ons een ‘feelgood-gevoel’, maar het lijf van je dier slaat er meteen van op hol.
Botjes
We eten tijdens de kerstdagen nog wel eens gevogelte. Honden en katten zijn gek op lekkere kalkoen- of kippenpootjes, en eten deze helemaal op. Hierdoor bestaat het risico dat een scherp botje de darmwand beschadigt of doorboort. Geef je dier dus geen botjes.
Rolladenetjes
Bereid je een lekkere rollade? Gooi het netje dat daar omheen zit dan direct in een afgesloten vuilnisbak. Deze netjes ruiken heerlijk en kunnen door je hond of kat worden opgegeten. Een netje dat vastloopt in de darmen moet operatief worden verwijderd. Je kunt ze dus beter direct goed opruimen!
Brandgevaar!
Kaarsen of waxinelichtjes op tafel: reuze gezellig, maar niet altijd huisdierproof! De vacht van katten kan vlam vatten als de dieren langs de kaarsen lopen of over de lichtjes stappen. Vergeet ook de zwiepende hondenstaart niet, waardoor kaarsen kunnen omvallen of haren in brand kunnen vliegen. Kies indien nodig voor diepe houders of veilige led-kaarsen.
Een onbewaakt moment…
Nu weet je waar je op moet letten, maar in een onbewaakt moment kan er onverhoopt toch altijd iets gebeuren. Neem bij problemen altijd contact op met je dierenarts, die kan inschatten of de situatie ernstig is. Soms is snel ingrijpen van levensbelang, soms is er geen reden tot paniek en loopt het met een sisser af.
Wij wensen jou en je huisdier(en) fijne én veilige kerstdagen!
Met dank aan prinspetfoods.nl

Nieuws van dierenkliniek Putten

vrijdag, 01 december 2017  

Vaccineren of titeren
De laatste jaren is er een nieuwe trend in vaccinatie land, het titeren van honden.
Waar vroeger onze honden en katten jaarlijks een “grote cocktail” kregen, wordt tegenwoordig meer en meer “op maat” gevaccineerd.
Laten we beginnen bij de basis.

Wat is vaccineren?
In feite doen we niets anders dan een dier middels een injectie of neusspray (Kennelhoest/Bordetella) besmetten met verzwakte of dode kiemen. Het dier bouwt hierna weerstand op tegen deze kiemen. De weerstand wordt opgebouwd op 2 manieren. Enerzijds ontstaat er humorale immuniteit, dat is weerstand door antilichamen. Deze antilichamen (per ziekteverwekker is er een groep antilichamen) valt een het lichaam binnenkomende ziekteverwekker meteen aan en daardoor krijgt deze kiem niet de kans zich in het lichaam te vermeerderen en de gastheer ziek te maken.
De andere vorm van immuniteit die ontstaat is cellulaire immuniteit. Hierbij worden er herinneringscellen aangemaakt, die in het lichaam aanwezig zijn en actief worden en zich vermeerderen als er een ziektekiem binnenkomt waar deze cellen een herkenningsmechanisme voor hebben opgebouwd. Deze cellen kunnen met bepaalde stoffen de ziektekiemen doden en vervolgens kunnen ze de kiemen opruimen.
Het is al heel lang mogelijk om met een laboratorium test in het bloed van een mens of dier de hoeveelheid antilichamen(titer) tegen een bepaalde ziektekiem te bepalen.
Tegenwoordig zijn deze testen ook beschikbaar als sneltest in onze Dierenkliniek.
De cellulaire immuniteit kunnen we niet bepalen.

In het standaard vaccinatie schema worden puppy’s op 6 weken leeftijd ingeënt tegen Hondeziekte en Parvo. Op 9 weken tegen de ziekte van Weil en Parvo en op 12 weken krijgen ze de “cocktailvaccinatie” tegen Hondeziekte, Hepatitis of HCC, Parvo en de Ziekte van Weil.
Als de hond 1 jaar oud is, wordt weer de cocktailvaccinatie toegediend en vervolgens wordt er 2 jaar achter elkaar alleen tegen de ziekte van Weil gevaccineerd en op 4-jarige leeftijd wordt de cocktailvaccinatie weer toegediend.
Eventueel kan er op 12 weken en daarna jaarlijks ook gevaccineerd worden tegen Kennelhoest, Bordetella.
In mijn ogen is dit een heel goed en veilig vaccinatie-schema. Het is opgesteld door onafhankelijke wetenschappers en het werkt in de praktijk goed.

Er zijn mensen die erg huiverig zijn voor het toedienen van medicijnen en vaccins en die liefst zo min mogelijk willen vaccineren. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat er een verband is tussen het vaccineren en het optreden van bepaalde ziektebeelden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de bijwerkingen slechts zeer zelden optreden. Gerapporteerd is een score van 0,004% aan bijwerkingen na vaccinatie. Vaak zijn dit onschuldige lichte reacties. Maar ook de onderbuik telt mee en als een eigenaar liever minimaal wil vaccineren, dan is daar een verantwoorde mogelijkheid voor.

Het titeren
Ik wil het hebben over de mogelijkheden om middels “titeren” te onderzoeken of je hond goed beschermd is tegen de belangrijkste ziektes en de mogelijkheden die daardoor ontstaan om af te wijken van het standaard vaccinatie schema.

Met titeren wordt bedoeld dat we in het bloed van uw hond kunnen bepalen hoeveel antistoffen er zijn tegen Hondeziekte, Parvo en HCC (besmettelijke leverziekte). Het is nog niet mogelijk om de hoeveelheid antistoffen tegen de Ziekte van Weil (Leptospirose) en Bordetella (Kennelhoest) te meten.
Aangezien de Ziekte van Weil in ons waterrijke landje nog regelmatig voorkomt en zeer ernstige ziektebeelden met soms dodelijke gevolgen kan opleveren, is het sowieso verstandig om deze vaccinatie jaarlijks wel toe te dienen. Is uw hond volgens het gangbare vaccinatie schema tevens toe aan een enting tegen Hondeziekte, Parvo of HCC dan kan ook besloten worden de titer van antilichamen tegen deze ziektes te bepalen.
Inmiddels is gebleken dat deze serologische testen, mits correct uitgevoerd, betrouwbaar geacht worden voor de praktijk. Er is een sterk verband tussen de aanwezigheid van antistoffen en de mate van bescherming. Er kan echter geen harde garantie gegeven worden over de beschermingsduur na het vinden van een positieve titer. De testen zijn niet bedoeld en geschikt om een exact vaccinatie interval te bepalen.
Het advies volgens de consensus is, dat als je honden gaat titeren op 1 jaar leeftijd en er voldoende antilichamen in het lichaam zijn voor de 3 core (hondenziekte, hcc en parvo) vaccinatie, je ze jaarlijks moet testen.
Voor honden die minimaal 4 jaar oud zijn en voldoende te zijn gevaccineerd, dit betekent de puppybasisvaccinatie, en de vaccinatie op 1 jaar leeftijd, en er zijn nog voldoende antilichamen te vinden in het bloed, deze honden over 3 jaar en mogelijk zelfs na 6 jaar pas terug hoeven te komen om te titeren. Ons advies is om de 3 jaar aan te houden.
Het is in principe ook mogelijk om deze test bij pups te onderzoeken, wanneer het optimale vaccinatie moment is voor de eerste enting. Vaak zou dit later kunnen dan op de gebruikelijke 6 weken. Maar omdat de antilichamen die de pup van zijn moeder heeft meegekregen (maternale immuniteit) veel minder lang aanwezig blijven, is het nodig om de pup vanaf 6 weken iedere 2-3 weken te onderzoeken. Bloedprikken bij pups is niet altijd even gemakkelijk en zal ze vaak angstig maken voor de dierenarts. Hier verdient het toepassen van het basis vaccinatieschema de voorkeur.
Schematisch en concluderend kan het volgende schema worden aangehouden:
• 6 weken leeftijd: Hondeziekte en Parvo vaccinatie
• 9 weken leeftijd: Ziekte van Weil en Parvo vaccinatie
• 12 weken: Hondeziekte, Parvo, Ziekte van Weil en HCC (besmettelijke leverziekte) = Cocktailvaccinatie
• 1 jaar leeftijd: Cocktail of Ziekte van Weil – Titeren.
• Dan in principe alleen tegen Hondeziekte, Parvo en HCC vaccineren als de titer laag is.
• 2 jaar: alleen Ziekte van Weil
• 3 jaar: alleen Ziekte van Weil
• 4 jaar: Ziekte van Weil en idem als op 1 jaar.
• Zijn de waardes van de titer hoog, dan kan er weer 2 jaar alleen tegen Ziekte van Weil gevaccineerd worden.
• 5 en 6 jaar: Ziekte van Weil
• 7 jaar: Ziekte van Weil en Titeren.
Zijn de titer waardes nog hoog dan wordt geadviseerd om vanaf nu jaarlijks te titeren.
Na een eventuele cocktail vaccinatie kan dan weer 3 jaar gewacht worden met het uitvoeren van de volgende test, etc.

Met dank aan Dierenkliniek Putten.

1 2 3 11