Nieuws

Dierendag

donderdag, 03 oktober 2019  

Dierendag (ook: Werelddierendag) is een dag die wereldwijd op de agenda staat als een moment waarop extra aandacht wordt besteed aan de dieren. Dierendag valt jaarlijks op 4 oktober.

De datum van dierendag gaat terug naar de feestdag van Sint Franciscus van Assisi (4 oktober). Hij bekommerde zich om het lot van melaatsen, zwervers en andere armen, maar ook van planten en dieren. Volgens de overlevering hield hij ooit een preek voor de dieren.
In 1929 werd er in Wenen (de hoofdstad van Oostenrijk) een congres gehouden waar vele verenigingen die voor de rechten van het dier opkwamen, bij elkaar waren gekomen. Daar werd besloten om de sterfdag van Franciscus van Assisi tot Werelddierendag uit te roepen.

Dank aan dierenkliniek Putten.

CAC show Essen Duitsland

zondag, 15 september 2019  

Vandaag op de CAC show in Essen behaalde Oksana een 1 uitmuntend en het reserve CAC, in de openklasse onder de keurmeester Thomas Becht!!!!

Zijn eikels giftig voor honden?

vrijdag, 13 september 2019  

Zijn eikels giftig voor honden?
De herfst is het seizoen waarin er van alles uit de bomen valt. In de Verenigde Staten spreken ze, als ze het hebben over dit seizoen, niet voor niks over ‘fall’. Bladeren, maar ook verschillende soorten noten, zoals kastanjes, beukennootjes en natuurlijk eikels vallen van de bomen en zijn in deze tijd volop op de grond te vinden. Niks bijzonders, zou je denken. Maar niet alles wat in de herfst uit onze bomen valt, is helemaal zonder gevaar voor onze huisdieren. Eikels bijvoorbeeld, kunnen problemen veroorzaken voor de dieren die ze opeten. Ook je hond kan erg ziek worden na het eten van deze typische herfstproducten. Dus zijn eikels giftig voor honden? Jazeker!
Symptomen
Eikels bevatten een hoog gehalte aan looizuur (tannine) wat giftig is voor honden. Je hond kan na het eten hiervan niet alleen behoorlijk ziek worden, maar er zelfs ook aan overlijden. De giftige stof kan schade aan de bloedvaten, de darmen en de nieren van je hond veroorzaken.
De eerste symptomen van zo’n eikelvergiftiging zijn buikpijn, misselijkheid en braken vaak gevolgd door diarree. Je hond kan in eerste instantie rusteloos zijn, maar later zie je vaak dat sloomheid op de voorgrond komt te staan. Deze symptomen kunnen al kort na het opeten van de eikels optreden.
Behandeling
Als je hond een eikelvergiftiging heeft opgelopen, zal hij of zij behandeld moeten worden. Soms zal de dierenarts je hond laten braken om achtergebleven eikels uit de maag te verwijderen. Daarnaast zullen de maagdarmproblemen moeten worden aangepakt. Bloedonderzoek kan nodig zijn om vast te stellen of de nierfunctie nog voldoende is. Is dit niet het geval dan zal het dier een infuus krijgen en opgenomen moeten worden in de dierenkliniek. In ernstige gevallen kunnen de nieren zodanig zijn aangetast dat zij niet meer werken en kan het dier dood gaan. Dus heb je gezien dat je hond één of meerdere eikels heeft gegeten of vertoont hij eerder genoemde symptomen na een lekkere (bos)wandeling? Neem dan altijd direct contact op met je dierenarts!

Bron : Diana van Houten
Dierenarts

Waarom 1 hondenjaar niet gelijk staat aan 7 mensen jaren.

vrijdag, 13 september 2019  

Waarom 1 hondenjaar niet gelijkstaat aan 7 mensenjaren (en hoe je wel de juiste leeftijd van je huisdier bepaalt)
De mythe luidt dat 1 jaar in een mensenleven gelijkstaat aan 7 jaar voor een hond. Is je viervoeter 3 jaar, dan betekent dat in een mensenleven een prille twintiger. Maar klopt dat ook écht? Volgens dierenarts Jesse Grady zit het alvast wat ingewikkelder in elkaar.
Al zit er wel een logica achter de redenering volgens Grady. “Uit observaties blijkt dat de gemiddelde levensverwachting van een hond van een gemiddelde grootte, met een optimale gezondheid te herleiden is tot een factor 7 in vergelijking met de mens, aangezien mensen ongeveer 80 jaar oud worden en honden 11 à 12 jaar.”
Maar uiteraard heeft niet elke hond ‘een gemiddelde grootte’, waardoor de regel al langer onder vuur ligt. “Honden en katten verouderen niet alleen anders dan mensen, maar ook ten opzichte van elkaar. Zo hebben grotere huisdieren vaak een kortere levensverwachting dan kleinere. Dat verschil is kleiner bij katten, maar bij honden kan de levensverwachting enorm variëren naargelang hun grootte. Denk maar aan een Chihuahua tegenover een Duitse Dog.
Bovendien is niet alleen de levensverwachting van mensen erop vooruitgegaan, dierenartsen kunnen huisdieren nu ook een betere medische zorg verlenen dan bijvoorbeeld 10 jaar geleden. Daarom is de oude berekening achterhaald volgens Grady. “Vandaag worden honden in 6 categorieën onderverdeeld: puppy, junior, adult (volgroeid), mature (volwassen), senior en geriatrisch. Levensfasen zijn immers een betere manier om de leeftijd te benaderen dan enkel en alleen een getal. Als je dan kijkt naar de levensverwachting, zijn het ras en de grootte de belangrijkste voorspellers, maar ook voeding en het gewicht bepalen mee hoe oud het diertje kan worden.”
Maar dat geeft natuurlijk nog geen antwoord op de vraag hoe oud je trouwe viervoeter nu echt is. Als je vastbesloten bent om erachter te komen of Fluffy of Max nu zou afstuderen van de middelbare school of rijp is voor het rusthuis, kijk je volgens Grady beter naar de levensfasen. “Door naar de mijlpalen in de ontwikkeling van je huisdier te kijken, kan je een betere inschatting maken van hoe oud je dier nu is”, aldus de dierenarts. “Die levensfasen kan een dierenarts dan gebruiken om de juiste gezondheidszorg toe te dienen. Want zoals in een mensenleven kan je gezondheid je ‘echte leeftijd’ in positieve of negatieve zin beïnvloeden. De volgende keer dat je naar je dierenarts gaat, praat je dus beter over zijn of haar levensfase in plaats van over de exacte leeftijd
Levensfasen hond

Fase Leeftijd (in jaren) Kenmerken
Puppy 0 – 0.5 Geboorte tot seksuele volwassenheid
Junior 0.5 – 0.75 Reproductief volwassen, groeit nog steeds
Volgroeid 0.75 – 6.5 Klaar met groeien, seksueel en structureel volwassen
Volwassen 6.5 – 9.75 Van midden tot laatste 25% van de verwachte levensduur
Senior 9.75 -13 Laatste 25% van levensverwachting
Geriatrisch boven de 13 Hoger dan de levensverwachting

Bron: HNL.be

Hart onderzoek Melissa

zondag, 08 september 2019  

Yes wederom opnieuw een mooie uitslag voor Melissa:
De uitslag van Melissa ontvangen van het DCM onderzoek.
Echo hart en 24 uur EKG graad 0, op dit moment DCM vrij.

Frau med.vet D. Uhrmann  Duitsland.

Dit is waarom honden gras eten

dinsdag, 03 september 2019  

Gras eten: heel veel honden doen dat wel eens. Maar waarom eten honden of katten gras? Zijn ze dan ziek? Hebben ze een voedingstekort? Of vinden ze het gewoon lekker?
Malse topjes…
Laten we beginnen met het laatste: veel honden vinden gras eten gewoon lekker! Een grote meerderheid blijkt in de praktijk regelmatig gras te eten. Ze bijten, vooral in het voorjaar, graag de malse graspuntjes af en eten die met smaak op. Groeiend gras bevat in het voorjaar een hoog suikergehalte en honden houden, net als wij, van zoet.
…en lange slierten
Soms richten honden zich bij het eten van gras niet op de malse topjes, maar meer op de langere, ruwe stengels. Die kunnen ze daarna weer uitbraken, vaak in combinatie met wat wit of geel schuim. De grassprieten kunnen ook weer mee naar buiten komen met de ontlasting. De hond kan dan met zijn achterwerk over de grond schuren of rare bokkensprongen maken, omdat hij de lange slierten niet zo makkelijk uitgepoept krijgt.
Wist je dit?
Ook wilde hond- en katachtigen eten wel eens gras, blijkt uit onderzoek van de maaginhoud en uitwerpselen van wolven en poema’s.
Veel dieren vinden gras eten gewoon lekker!
Spugen
Als een hond na het gras eten gaat spugen, leggen we vaak de link met misselijkheid of buikpijn. Maar uit onderzoek blijkt dat minder dan tien procent van de honden voorafgaand aan het gras eten ziek oogt, en dat hooguit een kwart van de honden na het eten van gras overgeeft. Buikpijn hebben of misselijk zijn kunnen een reden zijn om gras of ander onverteerbaar materiaal als stokjes of stenen te eten, maar gras eten betekent niet automatisch dat een hond buikpijn heeft of misselijk is.
Gras eten is vrij normaal
Uit onderzoek blijkt er verder geen directe link te zijn tussen gras eten en een mogelijk voedingstekort. Gras eten doen honden ongeacht hun menu, of ze nu brokken of vers vlees krijgen. Gras eten lijkt dus gewoon vrij normaal hondengedrag. Maar als je dier extreem veel gras eet en daarbij ook regelmatig spuugt, kan er meer aan de hand zijn. Dan is het goed om naar zijn voeding te kijken, én naar zijn leefstijl. We ontdekken namelijk steeds meer over het verband tussen hersenen en darmflora, oftewel tussen hoe je je voelt (bijvoorbeeld angstig of gestrest) en wat je eet.
Veilig ‘grazen’
Laat je dier geen gras eten op plekken:
waar veel en mogelijk met wormeitjes besmette uitwerpselen liggen
veel verkeer passeert en uitlaatgassen hangen
giftige planten staan
bestrijdingsmiddelen of kunstmest zijn gebruikt
of waar gestrooid is tegen gladheid

Bron: Prins Petfood

Fietsen met de hond

donderdag, 08 augustus 2019  

Fietsen met honden is een heel goede manier om uw hond een goede bewegingsvorm aan te bieden, waarmee een goede bespiering en conditie wordt gekweekt. Voor de veiligheid van hond en baas is het erg belangrijk dat een dier goed gehoorzaam is en langzaam gewend raakt aan het fietsen.
Denk allereerst aan uw eigen veiligheid. Fiets nooit met een hond die niet goed aan de lijn kan wandelen. Zorg voor een goede halsband of borst tuig. Het is aan te bevelen om een speciale fietsbeugel, bijvoorbeeld de “Dogrunner” op de achteras van uw fiets te monteren. Te verkrijgen bij de betere rijwielhandel. Hiermee wordt voorkomen dat de hond “in de fiets loopt” of u omver trekt. Bij honden die plots trekken kan overwogen worden een Gentle Leader of een Halti te gebruiken. Deze op een paardenhalster lijkende tuigjes kunnen ook handig zijn bij gewoon wandelen, als u een hond heeft die u de armen uit het lijf rukt. Ze werken veel beter dan bijvoorbeeld een slipketting.
Er mag vanaf een leeftijd van 6 maanden begonnen worden met fietsen. De bedoeling is dat de hond in een rustig tempo draaft naast de fiets. Rennen is veel minder goed ! Draven is een zogenaamde “symmetrische” beweging. Alle spieren en gewrichten worden evenveel belast. Rennen is een asymmetrische bewegingsvorm waarbij er een groot verschil in belasting is van de verschillende gewrichten. De ene hond rent meer met links. De andere met rechts. Hoewel ze bij een langere ren vaak afwisselen is er altijd een kant die meer belast wordt.
Fiets niet of minder snel en ver als de buitentemperatuur oploopt. Fiets niet bij een temperatuur van 20 graden of hoger. Zoek in het begin plekken op waar het rustig is en liefst geen andere honden zijn.
Nadat de hond geleerd heeft netjes naast de fiets te lopen kan de fietstijd langzaam worden opgevoerd tot maximaal 20 minuten bij een dier van 6 maanden. Belangrijk is het om te controleren of de hond het lopen gemakkelijk aan kan. In het begin is er het risico van overmatige slijtage van de zolen. De hond mag niet mank lopen- dan direct stoppen. Ook moet op de ademhaling gelet worden. De hond zal al snel hijgen, maar mag geen “zware-luide of benauwde” geluiden maken. De tong mag donkerroze maar niet blauw worden.
• Per levensmaand mag men 5 minuten fietsen toevoegen.
• Vanaf 12 maanden mag men een uur fietsen.
• Als u merkt dat uw hond na het uitrusten van het fietsen stram is, dan moet u de volgende keer minder lang fietsen.
• Zorg voor water voor onderweg.
• Denk aan oververhitting!
Met dank aan dierenkliniek Putten.

regelgeving couperen 17-7-2019

dinsdag, 23 juli 2019  

REGELGEVING COUPEREN
17-07-2019

INFORMATIE COUPEREN
Tijdens de Algemene Vergadering van 22 juni 2019 is het besluit genomen om alle regels met betrekking tot het couperen van de oren en de staart vanaf 1 augustus 2019 uit het Kynologisch Reglement (KR) te schrappen.
De achterliggende gedachte daarbij is dat de wet natuurlijk altijd geldt en de regels uit het KR verwarring kunnen scheppen doordat ze niet geheel in lijn zijn met die wet. Dat wil de Raad van Beheer voorkomen.
De Raad van Beheer heeft wel begrepen dat de overheidsregels vragen oproepen. Zelf hebben we ook een aantal vragen aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) gesteld.
Uit de antwoorden van RVO kunnen we de volgende regels destilleren:
• In Nederland mag een hond niet aan de oren of de staart gecoupeerd worden.
• In Nederland mogen gecoupeerde honden niet aan shows en andere evenementen deelnemen.
• In sommige andere landen is het couperen van (een deel van) de staart wel toegestaan. Honden uit die landen mogen in Nederland niet deelnemen aan shows, wedstrijden e.d..
• Het verhandelen van gecoupeerde honden is verboden.
• In het buitenland geboren honden – ongeacht of couperen daar is toegestaan – die naar Nederland worden geïmporteerd, worden per geval bekeken. Uitgangspunt hierbij is dat er van omzeiling van de Nederlandse regels geen sprake mag zijn.
• Ten aanzien van het buitenland wordt geen onderscheid gemaakt tussen EU-lidstaten of niet-lidstaten.
• De regels gelden sinds 1 december 2016.
• De handhaving door de LID vindt met name plaats ten aanzien van shows, wedstrijden e.d..
• Vooralsnog wordt er een uitzondering gemaakt voor honden die door een medische noodzaak gecoupeerd zijn.
Voor verdere informatie verwijzen we graag naar de website van RVO:
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/dieren-houden/dierenwelzijn/welzijnseisen-voor-dieren/lichamelijke-ingrepen-bij-dieren-verboden

Dr. Jan-Gerd Kresken over DCM

zondag, 07 juli 2019  

Gesundheit & Ernährung
HERZENSSACHE

Dr. Jan-Gerd Kresken gibt Auskunft über Herzerkrankungen bei den Gebrauchshunderassen.
Dem Mann liegen Hunde am Herzen. Ich treffe Dr. Kresken, einen der führenden Experten im Fachbereich Kardiologie, in der Tierklinik Duisburg Kaiserberg, der er als Klinikleiter vorsteht. Darüber hinaus ist er Vorsitzender des Collegium Cardiologicum e.V. und sitzt im wissenschaftlichen Beirat des VDH. Er beantwortet bereitwillig meine Fragen. Dabei spricht er ruhig und sachlich, aber seine Bemerkungen sind an entsprechender Stelle mit Witz und Ironie gewürzt.
Warum hat das Herz es Ihnen so angetan?
Dr. Kresken: Das hat sich zufällig ergeben. Weil ich zu einer Zeit, als es den Ultraschall in Deutschland noch gar nicht gab, die Möglichkeit hatte, eines der ersten Geräte in der Doktorarbeit zu testen. Das war damals absolutes Neuland und da hatte ich vor 28 Jahren das Glück eine Technologie von Anfang an mitzubekommen. In Deutschland gab es weder einen Ultraschallkurs, noch eine Ausbildung an der Universität. Wir waren also damals echte Pioniere. Man konnte das Herz plötzlich schlagen sehen, wir hatten ja bis dato nur Röntgen und EKG. Es war eine ganz fantastische Möglichkeit, ein bildgebendes Verfahren zu nutzen, was einem nicht nur die Organform und Größe zeigt, sondern auch die Funktion.
Die Neurologen wissen nicht, was wir denken, die Orthopäden röntgen, aber die wissen nicht, warum man humpelt, aber wir sehen im Bild, ob die Pumpe funktioniert und können damit eine unglaubliche Aussage über das Organ selber treffen. Ob es Klappenfehler hat oder der Muskel kaputt ist. Wir können aber auch sehen, wie schwer es ist und ob das Tier, auch wenn es uns nichts sagen kann, darunter schon leidet oder in Zukunft leiden wird. Und das ist einzigartig. Das geht weder beim Darm, noch bei der Niere, noch bei den Knochen. Von daher war das immer schon etwas Besonderes.
Ist es richtig, dass es erworbene, ererbte und angeborene Herzerkrankungen gibt?
Dr. Kresken: Ja, genau. Die Begriffe erworben, angeboren und erblich verstehen auch viele Tierärzte falsch. Es gibt zwei gegensätzliche Begriffe. Entweder ist es erblich oder nicht erblich. Das ist ja noch logisch. Also erblich sind meistens krumme Zähne und abstehende Ohren, nicht erblich ist ein Autounfall. Die anderen Begriffe beziehen sich auf den Zeitpunkt, an dem die Krankheit auftritt. Aber wenn ich sage, eine Krankheit ist erworben, wie zum Beispiel eine Herzmuskelerkrankung bei den großen Hunden, dann schließt das nicht aus, dass sie nicht trotzdem erblich ist. Und das ist genau der Gedankensprung, den jeder einmal machen muss, um zu verstehen, dass eine erworbene Herzerkrankung nicht gleichbedeutend mit nicht erblich ist. Und eine erbliche ist nicht gleichbedeutend mit einer angeborenen.
Was sind die wichtigsten Herzerkrankungen bei Gebrauchshunderassen?
Dr. Kresken: Die kann man eigentlich am Alter festmachen. Wir haben die angeborenen Erkrankungen, die bei den Welpen auftauchen, also bei den Gebrauchshunden, die noch nicht im Gebrauch sind. Und da natürlich schon sehr krass sein können. Aber das häufigste Auftreten von Herzerkrankungen ist im letzten Altersdrittel. Also wenn der Hund alt wird, am Ende seines Gebrauches. Die meisten Herzerkrankungen sind Verschleißerkrankungen, der Herzklappen oder des Herzmuskels, und die treten, so sagen wir, immer im letzten Altersdrittel auf.
Alter Spruch: vier Jahre junger Hund, vier Jahre guter Hund, vier Jahre alter Hund!
Das trifft ja so für mittelgroße Hunde zu, wenn man die Alterserwartung sieht. Der alte Hund ist am häufigsten betroffen. Dann gibt es noch fürchterliche Krankheiten, die mitten im Gebrauch kommen. Der zwei Jahre alte Rottweiler, Labrador oder Dobermann, der eine Herzmuskelkrankheit bekommen kann. Die ist dann erworben, sprich, die kommt erst nach der Geburt, hat aber eine Erblichkeit.
Kann man irgendetwas als Prophylaxe tun, um so etwas zu verhindern?
Dr. Kresken: Beim einzelnen Hund, also in der Lebenslinie des Hundes – nein! Wenn eine Erkrankung kommt, dann ist sie vorprogrammiert. Das heißt, der Hund muss schon eine Veranlagung mitbringen, dass sein Herzmuskel oder seine Herzklappe früher kaputt geht. Es gibt Ausnahmen, aber das Gros der Herzerkrankungen ist genetisch vorbestimmt. Die Verantwortung zur Vorbeugung liegt beim Züchter. Die müssen sicherstellen, dass die Elterntiere den Grundsätzen des Tierkaufrechtes und des Tierschutzgesetzes entsprechen. Als verantwortlicher Züchter darf man nur mit Hunden züchten, die nachweislich gesund sind. Das ist die Prophylaxe! Die Vorsorge ist nicht am Individuum, sondern züchterisch, linientechnisch. Wenn man jetzt das Einzeltier nimmt, dann ist es selbstverständlich so, je früher wir den Hund behandeln, umso älter wird er. DCM, also eine Dilatative Cardiomyopathie, ist eine Krankheit, die schon bei zwei-, dreijährigen Hunden auftreten kann. Und da kann man, durch die Gabe von Medikamenten, die die Rhythmusstörung beseitigen, meistens etliche Jahre rausholen.
Was bedeutet Dilatative Cardiomyopathie (DCM)?
Dr. Kresken: Dilatation ist das lateinische Wort für eine Erweiterung. Im Deutschen sagt man auch, das Herz ist „ausgeleiert“. Darunter verstehen wir ein Herz, das vergrößert ist und in der Funktion schwächer wird. Cardiomyopathie heißt übersetzt Herzmuskelkrankheit. Das steckt hinter der DCM.
Das hört sich hochtrabend an, ist aber eigentlich ein banales Wort für ausgeleierte Pumpe. Diese Krankheit ist ganz einfach zu diagnostizieren, weil sie mit einem erhöhten Herzdurchmesser und einer reduzierten Pumpleistung einhergeht. Von daher ist die übliche Diagnostik kein Hexenwerk.
Wie häufig tritt diese Erkrankung bei Gebrauchshunderassen auf?
Dr. Kresken: Das kann man pauschal nicht beantworten. Vermutlich sehr selten. Es gibt Gebrauchshunderasse – Australian Shepherds, Border Collies, die bekommen diese Erkrankung nicht. Und auf der anderen Seite gibt es Gebrauchshunderassen, wie den Dobermann, da tritt die Krankheit häufig auf. Mit einer Wahrscheinlichkeit von über 50%, so wie in der Literatur zu lesen ist.
Also kann man das nicht pauschalisieren. Man kann nur sagen, es gibt Rassen, die haben ein extrem hohes Risiko, diese Krankheit zu bekommen. Andere wiederum nicht. Das steht absolut fest.
Da einige Rassen die DCM bekommen und andere nicht, ist das ein deutlicher Hinweis auf die Ursache: Das absolut wahrscheinlichste ist eine genetische Ursache. Es wird immer wieder von Leuten, die eine erbliche Ursache ausblenden wollen, angemerkt, die Hunde werden eventuell nur falsch gefüttert.
Das würde ja im Umkehrschluss heißen, dass die Besitzer von Dobermännern zu blöd sind, richtig zu füttern. Und die, die einen Border Collie haben, alle clever sind. So einfach kann man sich das nicht machen. Manche Zuchtverantwortliche glauben sogar, dass die Benutzung von Elektrohalsbändern auf dem Hundeplatz eine DCM auslöst.

Eikenprocessierups

maandag, 24 juni 2019  

Eikenprocessierups.

Wat te doen als uw hond in contact gekomen is met de eikenprocessierups:

U bent met uw hond aan het wandelen. Opeens begint hij heftig met zijn poten over zijn neus te wrijven.
U kijkt en ziet niets…
Mogelijk is uw hond in aanraking gekomen met de eikenprocessierups of met (delen) van een nest. Dit kan uit de eikenboom gewaaid zijn maar de nesten bevinden zich ook laag op de stam van de eikenboom. De eikenprocessierups heeft brandharen die irritatie aan huid, tong, slijmvliezen, ogen en luchtwegen kan veroorzaken.

Wat kunt u doen?
🐛 NIET gaan wrijven maar de brandharen met bijvoorbeeld plakband, ducktape of leukoplast verwijderen. Of probeer met een fönh de brandharen te verwijderen.
🐛 Als deze zijn verwijderd dan kunt u de hond wassen. Draag daarbij wel zelf handschoenen.
🐛 Neem daarna contact op met uw dierenarts. Voor uw hond is het fijn om pijn bestrijding te krijgen.

1 2 3 14